woensdag 8 februari 2012

Kaarskeskapitalisme?

Ik kom vaak (en graag) in Antwerpen, toch wel dé Mariastad van Vlaanderen. Hoe heerlijk is het van Onze Lieve Vrouw haast letterlijk op elke straathoek tegen te komen. Helaas zijn die talloze beeldjes aan de gevels slechts nog stille getuigen van een steeds verder afkalvend geloof. En dat terwijl ze net geplaatst zijn als uitdrukking van een bloeiend geloof! Tja, tijden veranderen zeker?

Een plek waar ik wel eens binnenspring is de Schoenmakerskapel, op een steenworp (letterlijk) van het huis van onze bisschop. Een klein kapelletje (prachtig versierd) toegewijd aan O.L.V.-van-Toevlucht. De platgetreden drempel en de talrijke ex-voto's aan de muren spreken boekdelen over de devotie van de mensen die hier kwamen, komen en waarschijnlijk nog zullen komen. Zo ook de tientallen kaarsen die hier nog elke dag gebrand worden voor Onze Lieve Vrouw. Maar het is net dat wat me steeds meer tegen de borst stuit om eerlijk te zijn.

Ik heb het al meermaals meegemaakt. Je stapt er binnen (maakt met wijwater een kruisteken), gaat door de middengang die enkele meters richting altaar en knielt daar neer om te bidden tot Onze Lieve Vrouw (op de typische kerkstoelen of, zoals ik meestal verkies, op de communiebank). Meteen schiet er iemand die opzij in het 'koor' zit recht en komt naar je toe, uitgerust met een schort vol wisselgeld. Dit zijn de heren en dames die de kaarsen verkopen (gaande van een theelichtje tot een noveenkaars aan evenredige prijzen) en ook aansteken, want de kaarsen staan allen achter de communiebank op een speciaal rek. Iemand die zo ver vooraan durft te komen zal wel een kaarsje komen branden, dus schiet de verkoper van die dag recht, nog net niet met de vraag "Wat zal het zijn?".


Groot is dan meestal ook de verbazing wanneer je in plaats van enkele muntstukken een rozenkrans bovenhaalt en begint te bidden, zonder ook maar acht te slaan op de verkoper die speciaal voor jou rechtgestaan is en rinkelend tot op een meter afstand is gekomen. Het is misschien niet schoon van mij, maar ik kan dan een inwendige gniffel moeilijk onderdrukken.

Daar gaat het toch niet om? Versta me niet verkeerd, ik heb absoluut niets tegen kaarsjes branden en zeker niet als dat gebeurt voor Onze Lieve Vrouw (dat doe ik zelf ook wel eens). Maar een kapel dient in de eerste plaats om te bidden. Verbeter mij gerust indien ik fout ben. Een kaarsje branden zonder gebed erbij heeft trouwens ook niet veel zin. Kaarsjes hebben geen magische krachten, die gaan zelf niks bewerkstelligen. Maar ze kunnen wel een uitdrukking zijn van het gebed dat je erbij hebt gedaan, een teken van voortdurend gebed ook al ben je zelf niet meer aanwezig. Bidden, bidden, bidden dus. En niet er van uit gaan dat de mensen per definitie komen voor de kaarsen. Die verkoopmentaliteit bezorgt me echt de kriebels. Laat een kapel een kapel zijn alstublieft en geef niet de indruk dat je niets anders bent dan een professionele kaarsenwinkel (maar wel een muisstille, het moet gezegd).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen